Onderneemster Anne Chapelle, 2 september 2017

 ©Jef Jacobs @ Initials LA

©Jef Jacobs @ Initials LA

U bent in 1994 de modewereld binnengestapt, toen Ann Demeulemeester u vroeg om de zakelijke leiding van haar bedrijf op u te nemen. Wat is de belangrijkste evolutie in de mode die u hebt meegemaakt?

“Vooral de eerste vijftien jaar vond ik heel interessant. Ann was een revolutionair. Heel indrukwekkend hoe ze nieuwe uitgangspunten vond en een compleet nieuw verhaal bracht. De Zes van Antwerpen deden dat allemaal. Iedereen dacht: er gebeurt iets in dat land. Dat zie ik vandaag niet meer. Vandaag worden de dingen niet meer van nul uitgevonden, maar snoept iedereen van elkaar. Laf, vind ik.”

Misschien is alles al gedaan?

“Kijk, een broek en een jas moet je niet meer uitvinden, en aan de anatomie van de mens zul je ook niks kunnen veranderen. Maar je kunt wel een bepaalde visie hebben, en die visie tot leven laten komen in je ontwerpen. Als je sterk bent, kun je dat, wat de tijdgeest ook is. Vandaag is de tijd zelfs meer dan ooit rijp voor nieuwe dingen. Maar niemand waagt zich eraan. Iedereen blijft hetzelfde doen. Waarom? Er is geen geld. En dus geen reserve voor risico. Veiligheid is vandaag belangrijker dan je nek uitsteken.

(...) 

In uw voorlaatste pleeggezin was er sprake van emotioneel en fysiek misbruik. Op uw achttiende besliste u om er te vertrekken. Dan moet er ergens in u toch een basis zijn die u de nodige kracht gegeven heeft om dat te doen. Heeft uw moeder die basis gelegd?

“Ik denk dat ik een heel vrolijke kindertijd gehad heb en dat wij best een goed gezin waren. Op een gegeven moment liep het gewoon mis omdat mijn moeder onverwacht stierf, en omdat mijn vader niet voor mij en mijn zeven broers en zussen kon zorgen.

“Ik heb dus inderdaad een goede wortel in mij. Al die rotzooi die mensen in mij veroorzaakt hadden, dat was niet mijn eigen rotzooi. Toen ik dat besefte, heb ik beslist om het achter mij te laten. Ik denk dat het mijn meest kwetsbare moment ooit was, want ik wist niet waar naartoe. Om vijf uur ’s ochtends heb ik een deur opengedraaid, heb ik een sleutel achtergelaten op een kast, en ben ik op mijn rode fiets naar het station gefietst. Ik had veertig frank (1 euro, red.) in mijn portemonnee, en daarmee heb ik een ticket naar Mechelen gekocht. Ik had beslist om er bij het klooster aan te bellen. Daar gaan ze je niet laten buitenstaan, dacht ik. Het was juist gedacht. Ze hebben mij binnengelaten.

“Ik heb dan een jaar bij de nonnen gewoond. Ik kon er naar hun school voor verpleegkunde gaan. Het was de enige opleiding die ze hadden, maar ik was er tevreden mee. Ik kreeg eten en drinken, en ik was vrij. Eindelijk hoefde ik mij niet meer constant vernederd te voelen.

“Van mijn pleegouders moest ik tijdens de vakanties gaan werken op een markt, en het geld dat ik verdiende moest ik afgeven. Iets voor mezelf kopen, heb ik nooit kunnen doen. ‘Je mag blij zijn dat je nog een paar schoenen krijgt’, kreeg ik te horen. Tussen mijn vijftiende en mijn achttiende heb ik met een rode gebreide broek rondgelopen, terwijl al mijn vriendinnen een jeansbroek hadden. Ik voelde me zo slecht. (met trillende stem) Ik voelde me voortdurend wegwerpbaar.

“Dat werd ook zo tegen ons gezegd: ‘Als je niet braaf bent en niet luistert, kunnen ze je wegdoen.’ Als ik dan nu hoor dat Lorin Parys (Vlaams Parlementslid, N-VA, red.) pleit voor het optrekken van de maximumleeftijd voor pleegkinderen van 21 naar 25, kan ik het daar niet mee eens zijn. Zelf zou ik ook nooit pleegouder worden. Nooit. Je kunt de beste bedoelingen hebben, maar die leegte van zo’n kind kun je nooit opvullen.

“Als ik opnieuw kon kiezen, zou ik het liefst in een weeshuis gebleven zijn. Daar ben je gewoon een nummer dat gelijk is aan alle andere nummers. Als de mensen er vriendelijk tegen je zijn, je er goed onderwijs krijgt en een eigen kamer hebt, kun je je ontplooien zonder dat je het gevoel hebt dat je een aanhangsel bent. Ook al is het niet de bedoeling van pleegouders, in een pleeggezin ben je een wiel dat aan een kar geplakt is, en je zult nooit tot die kar behoren. Bij Manu en Maggie was het anders. Ik was negentien toen zij in mijn leven kwamen, ik heb nooit mama en papa moeten zeggen tegen hen. Zij zijn mijn vrienden.

“Maar om op je vraag te antwoorden: was ik krachtig? Ik voelde me helemaal niet krachtig. Ik voelde me vooral heel kwetsbaar. Ik vond dat ik niks waard was. Dat ik het lelijkste meisje op aarde was. Ook dat werd tegen mij gezegd.”

* Lees het volledige interview op demorgen.be. 

Filosofe en schrijfster Simone van Saarloos, 25 augustus 2017

 ©Bob Van Mol

©Bob Van Mol

“Elke mens ervaart complexiteit, ook al heeft hij geen honderd filosofische boeken gelezen en heeft hij een andere woordenschat om het te benoemen. Ik denk dat het een idee is van de elite dat er ‘andere’ mensen zijn die simpeler zijn dan zij. Over ‘het volk’ praten is namelijk ook een manier om je macht als elite te behouden.

“Populistische politici spiegelen mensen simpelheid voor, is het verwijt dat zij altijd krijgen. Ik denk dat het helemaal anders ligt. Als Geert Wilders zegt dat hij alle moslims het land wil uitsturen of de Koran wil verbieden, weten de meeste van zijn kiezers heel goed dat hij dat niet gaat doen. Maar juist door te zeggen wat niet kan, biedt hij erkenning voor de complexiteit die mensen ervaren. De linkse, progressieve kant heeft die complexiteit net onderdrukt. Hun redenering is: we moeten het simpel houden en de mensen niet alles vertellen, want ze kunnen het niet aan. Nogmaals, dat is echt bedoeld om de elite zittende te houden.

“Ik begrijp ook niet dat er zo negatief gedaan wordt over stemmen vanuit de onderbuik. Als je ook je onderbuik laat spreken, ervaar je toch net die complexiteit? Je gevoel is toch een onderdeel van het leven?”

(...) 

Over sommige kwesties verschillen ­vrouwe­lijke feministen nogal eens van mening. Neem nu de kont van Kim Kardashian. Het ultieme voorbeeld van vrijheid en vrouwelijkheid, zeggen sommigen, de ultieme knieval voor de mannelijke blik, zeggen anderen. Moeilijk voor iemand die op zoek is naar het goede feministische leven.

“Voor mij hoef je hier geen standpunt over in te nemen. Ik stel er liever vragen over. Zoals deze: vanuit welke blik kijk je naar de kont van Kim? Critici zouden zeggen dat de commercialisering van haar achterwerk volledig ingebed is in het patriarchale denken. Ze beweert baas te zijn van haar eigen lichaam, maar ze heeft er wel ­schoenen van 20.000 dollar voor nodig.

“Ik denk dat er veel glamourfeminisme is. Ik wil daar niet tegen zijn, want ik vind ‘feminisme’ geen beschermd begrip. Maar het is niet per se mijn feminisme, omdat het nog steeds een ­onderdrukkend systeem accepteert, namelijk het kapitalisme.

“Maar nogmaals, vanuit welke blik of geschiedenis doe je iets? Ik plaats nauwelijks selfies op sociale media, omdat ik niet het idee heb dat het tonen van mijn uiterlijk bevrijdend werkt. Vriendinnen met een donkere huid die een foto online zetten, zeggen: mijn zwarte lichaam en mijn haar zijn prachtig. Daarmee hervormen ze oude, onderdrukkende schoonheidsidealen.”

* Interview samen met Bart Eeckhout, lees het volledige interview op demorgen.be.

 

MNM-radiopresentator Tom De Cock, 11 augustus 2017

Ervaar je soms politieke druk? ‘De Cock, even dimmen over die vluchtelingen?’

“Vragen of klachten komen van luisteraars. Ons publiek is niet per se links. Toen die Limburgse jongen van vijftien vorig jaar in Marokko stierf na een ongeval met een quad, publiceerde De Morgen een zwarte voorpagina met racistische reacties en met de kop: ‘Racisme zonder schaamte’. Ik dacht toen: mannen, dit is toch niks nieuws? Sms’en als ‘We moesten al die Syrische vluchtelingen in de Schelde gooien en zien wie er terug naar huis kan zwemmen en van de rest zijn we dan al af’ krijg ik elke dag binnen.

“Overigens lees ik die sms’en ook voor op de radio. Als een van de weinigen, denk ik. En als ik op de radio een gesprek heb gevoerd met een correspondent die in Duinkerken verslag doet van de ellende daar, vermeld ik op het einde van dat gesprek enkele organisaties waaraan je geld kunt geven, zoals Vluchtelingenwerk, Rode Kruis of Dokters van de Wereld. Dan komen er dus weleens schriftelijke klachten binnen van mensen die vinden dat ik propaganda maak voor de welkomstcultuur. Ik probeer neutraal te zijn. Maar door enkel met een correspondent te praten bereik je niets.”

Als je iets wilt bereiken, ben je niet neutraal.

“Goed, maar dan zou ik die correspondent evengoed niet aan het woord kunnen laten en gewoon een plaat draaien. Ik zeg toch niet dat de mensen geld móéten geven? Ik suggereer het.”

Word je daar soms voor op de vingers getikt?

(ontwijkend) “Daar zijn gesprekken over. Goeie, open gesprekken. Ik ben het ermee eens dat ik moet proberen om een goede stem te zijn van de openbare omroep. Alleen zijn wij ook een radio die rond personality’s draait. En als ik die lijst met organisaties niet zou voorlezen, zou ik mezelf een slecht mens vinden.”

Een slecht mens zijn, dat kan De Cock zich niet meer permitteren sinds hij drie jaar geleden vader is geworden. Jasmijn heet zijn dochter en hij adopteerde haar samen met zijn echtgenoot toen ze tien weken oud was. Over de lange adoptieprocedure – zes jaar hebben ze gewacht – schreef De Cock het boek En toen kwam jij.

Heeft het vaderschap je veranderd?

“Keihard. Er is geen twijfel meer over wat het belangrijkste in mijn leven is. Mijn dochter komt voor alles en iedereen. En mijn man op een gezonde gedeelde eerste plaats. (lacht) Er heeft me nog nooit iemand zo hard doen lachen als mijn kind. Ik heb mezelf nog nooit zo diep vanuit de buik horen schateren. Het klinkt onnozel, maar ik ben de laatste jaren ook echt op zoek naar hoe ik een zo goed mogelijk mens kan zijn.”

Heeft het je milder gemaakt? Je staat bekend als iemand die heel veeleisend is, niet alleen voor zichzelf, ook voor anderen.

“Ik ben niet altijd de prettigste mens om mee samen te werken, dat klopt. Tijdens mijn radioprogramma ben ik echt een Gordon Ramsay. Als je in mijn ploeg zit en ik zeg ‘spring’, dan moet jij enkel zeggen: ‘hoe hoog’ en verder wordt er niet gediscussieerd. Wij zijn op antenne voor een half miljoen mensen, mijn kop en naam plakken op het programma dat ik presenteer, dus moet het zijn zoals ik het in mijn hoofd heb.”

Op je werk zijn er mensen die letterlijk hebben gezegd dat ze niet meer met jou willen werken omdat het te moeilijk is.

(stil) “Dat is gebeurd, ja. En dat heeft me veel pijn gedaan. Het kwam van mensen die ik erg respecteer. Ik dacht dat ik hen ook respectvol behandelde, maar blijkbaar was dat niet het geval. Toen mijn toenmalige producer me erover aansprak, heeft me dat maanden uit mijn lood geslagen. Als je te horen krijgt dat enkele redacteurs met wie je de Marathonradio hebt gemaakt niet meer met je willen samenwerken, dan… (stokt) Ik word er nog altijd stil van.

“Het is het begin geweest van een lang proces dat misschien nog altijd bezig is. Ik ben op zoek naar een betere vorm om met mensen om te gaan. Minder kwaad, minder veroordelend, ­minder perfectionistisch, minder veeleisend. Zo leg ik me nu wel neer bij wat er tijdens de redactievergadering voor de uitzending wordt beslist. In het verleden is dat ook niet altijd zo geweest. (slikt iets weg) Ik heb autoritaire trekken vertoond. Ik probeer heel hard om dat niet meer te doen. Nu is de afspraak: laat me Gordon Ramsay zijn tijdens de show, maar de minuut voor en de minuut nadat we op antenne zijn, moet het verdwenen zijn. Ik word er steeds beter in.”

* Interview samen met Bart Eeckhout, lees het volledige interview op demorgen.be. 

 

 

Schrijver Jeroen Olyslaegers, 22 juli 2017

 ©Bob Van Mol

©Bob Van Mol

Uw vader is vroeg gestorven, heeft hij uw schrijverschap nog actief meegemaakt?

"Voor een stuk wel. Hij heeft mij de bevrijdende woorden gegeven. Toen in 1994 mijn eerste roman Navel verscheen, las hij het en zei hij: 'Ge kunt het'. Niet meer dan dat. Maar hij wist dat het genoeg was. Het heeft me zo'n groot zelfvertrouwen gegeven. Uiteindelijk wil elke kunstenaar weten dat hij het kan."

U spreekt met veel liefde over uw ouders.

"Dat is misschien de leeftijd. Je begint te beseffen waar ze vandaan komen. Ik heb veel boel gehad met mijn vader, maar mijn mededogen voor hem is er gekomen toen ik de vaderlijke lijn in zijn familie begon te overdenken. Allemaal patriarchen, allemaal koppigaards die hun eigen weg gezocht hebben."

Uw grootvader heeft in de Tweede Wereldoorlog gecollaboreerd. De verleiding is groot om te zeggen dat Wil zijn verhaal is.

"Dat was nochtans niet de bedoeling. Ten eerste was mijn grootvader geen politieagent. De aanleiding van dit boek is er gekomen door een proces-verbaal over een razzia dat in 1942 door een Antwerpse agent is opgesteld, dus ik associeerde dat totaal niet met mijn grootvader. Ten tweede kende ik zijn verhalen wel, maar had ik ze compleet verdrongen tijdens het schrijven. Pas midden in mijn schrijfproces, tijdens een persoonlijke crisis, besefte ik ineens dat zijn geschiedenis veel dieper in mij zat dan ik ooit had vermoed. En dat het boek dus toch autobiografisch was.

"In feite heeft mijn grootvader met mij een spel gespeeld. Enerzijds wilde hij absoluut dat ik wist wat hij had gedaan tijdens de collaboratie, anderzijds duwde hij mijn vragen weg toen ik ouder werd. 'Je kunt het niet begrijpen want je hebt het niet meegemaakt', dat was de vloek die hij uitsprak. Na die persoonlijke crisis wist ik ineens: ik ben een boek aan het schrijven omdat ik probeer om de verscheurdheid wél te begrijpen, ook al heb ik ze niet meegemaakt. Als een vorm van repliek op die vloek van mijn grootvader."

U weet dus niet wat uw grootvader concreet heeft gedaan?

"Nee. Hij heeft altijd een kat- en muisspel met mij gespeeld. Ik weet niet hoever hij is gegaan in zijn Vlaams engagement. Hij impliceerde wel van alles, maar waarom deed hij dat? Grootspraak? Schaamte? Ik weet het gewoonweg niet. Dat is frustrerend."

Is het niet te verifiëren?

"De privacywetgeving is heel streng op strafdossiers. Bovendien staat er in zo'n dossier zelden wat er écht gebeurd is. Maar het moet wel wat geweest zijn, want hij is bij verstek ter dood veroordeeld."

Tegen uw moeder heeft hij ook nooit iets verteld?

"Nee, ik denk dat ik de enige was tegen wie hij praatte."

 

* Interview samen met Bart Eeckhout, lees het volledige interview op demorgen.be.

Collagekunstenaar Sammy Slabbinck, 27 mei 2017

 ©Sammy Slabbinck

©Sammy Slabbinck

Een artistieke opleiding heeft hij niet gehad. Ooit studeerde hij kunstwetenschappen, maar dat was veel te theoretisch naar zijn zin. “Urenlang werd het werk van Van Gogh geanalyseerd, nooit ging het over de mens achter de kunst, met zijn verslavingen en zijn talenten, terwijl dat me net interesseerde.”

In 2006, hij was toen 29, begon hij een galerie in Brugge. Hij stelde jonge kunstenaars tentoon, schilders, beeldhouwers, streetart. Creëren deed hij toen nog niet. “Ik maakte wel mixtapes, die ik uitwisselde met vrienden. We maakten er een sport van om bij die cd-compilaties ook een originele hoes te ontwerpen. Mijn hoezen werden steeds meer collages. En mijn hang naar vintagebeelden was er toen al. Maar met echt creëren ben ik pas begonnen nadat ik in 2009 met de galerie gestopt was. Toen had ik tijd.”

Het was een deur die hij openzette in zijn hoofd, zegt hij. De ideeën rolden er gewoon uit. Twee, drie werken per dag maakte hij soms. “Het was een verslaving. Dat is het nog. Ik besloot mijn werken naar buiten te duwen. Als je iets maakt, wil je het ook tonen.”

Hij begon met Flickr, een website waarop je foto’s en video’s kunt delen. Met Instagram was hij aanvankelijk niet bezig. Hij lacht. “Mijn eerste Instagram-foto’s waren van mijn twee katten en van een natuurwandeling in de Ardennen.” Toen hij zijn werk toch meer en meer op Instagram begon te posten, merkte hij dat hij geleidelijk werd opgepikt. 

“Het was geen masterplan. Het is gewoon hoe internet werkt. Sites die content nodig hadden, kwamen bij mij terecht, zodat ik een groter publiek kreeg dat dan weer zijn weg vond naar mijn website. Beetje bij beetje zag ik het groeien. En ineens kreeg ik ook commerciële opdrachten. Dat had ik nooit verwacht. Ik weet nog goed toen Humo belde om voor hen iets te maken. Ik viel van mijn stoel.”

De sociale media vormen een ongelooflijk platform voor creatieve mensen, zegt Slabbinck. “Het is heel democratisch. Of je nu in Timboektoe of Brugge woont, iedereen kan erop posten en opgepikt worden.”

Dan moet je er wel uitspringen. Er zijn massa’s mensen die op sociale media hun creatieve werk tonen. Hij vindt het moeilijk om dat van zichzelf te zeggen. “Het moet zijn dat ik ergens een snaar raak, ja. Je hebt geen controle over wat er gebeurt als je je werk hebt getoond. Ik heb wel heel hard gewerkt. Het zullen ondertussen rond de 450 collages en 300 video’s zijn. Eén iets maken en dan een week wachten tot er respons op komt, zo werkt het niet.”

Het moet erg veel voldoening geven om je werk zo te zien groeien. Dat is waar, zegt hij. En soms staat hij er zelf nog verstomd van. “Iemand die creëert, is meestal heel kritisch voor zichzelf, en heeft niet altijd veel zelfvertrouwen.”

Wanneer beslist hij of een werk klaar is om getoond te worden? Al heel vroeg heeft hij voor zichzelf een regel opgesteld, zegt hij. Als hij het goed vindt, stopt hij met eraan te werken. Anders kun je het kapotmaken. “Maar stop zeggen is voor iedereen die creëert het moeilijkste. Op ‘send’ klikken blijft nog dikwijls een gevecht.” (glimlacht)

* Lees het volledige interview op demorgen.be.

muzikant Raymond van het Groenewoud, 14 mei 2017

“Ik werk niet zo vaak samen met vrouwen.”

Waarom niet?

“Tja. De kans op verleiding is te groot.”

Echt?

“Vanochtend nog las ik de tekst van ‘Pour sûr’ van Bourvil (Frans acteur en zanger, 1917-1970, red.). In dat lied zingt hij: ‘Mijn hart is veel te frivool, het gaat te vlug sneller slaan.’ Of zoals een bevriende kok het nogal plastisch uitdrukt: never fuck the payroll. Om dat niet te moeten meemaken, hield ik alles maar af. Ik dacht pas met vrouwen te kunnen samenwerken als ik de oefening in onthechting onder de knie meende te hebben.

“Toen ik begon als muzikant, waren de vrouwen in dat wereldje bovendien op één hand te tellen. De instrumentalisten, bedoel ik, en dat zijn net de mensen naar wie ik op zoek ben. Het verandert, dat zie ik ook, en dat vind ik leuk. De ontvoogding van de vrouw is prachtig. Maar als ze de foute manieren van de mannen beginnen over te nemen, haak ik af. Gewichtig doen, bijvoorbeeld. Typisch iets voor mannen. Ik heb dat niet graag bij vrouwen.”

U lijkt nogal een mythisch oerbeeld te hebben van vrouwen.

“Dat beaam ik. Ik weet wel dat de dagelijkse realiteit anders is, dat niet elke vrouw een mythisch wezen is. Het is zoals met optredens. De magische optredens zijn misschien op één hand te tellen. Maar het ingebeelde optreden, datgene waarvoor we repeteren, is altijd magisch.”

Een vriend van me vroeg zich af of meisjes nog altijd het allermooiste op aarde zijn als je 67 bent. U vindt duidelijk van wel.

“Het komt door hun ogen. Ogen zijn de spiegel van de ziel, wil het cliché, en dat is ook de reden waarom ik eventueel wat kan beginnen te zwijmelen als ik in mooie vrouwen­ogen kijk. Bij mannen­ogen zal ik dat niet hebben.”

(…) 

Wat is het grote verschil tussen Raymond van het Groenewoud nu en die van veertig jaar geleden? Behalve wellicht het wilde leven?

“Mijn bassist verwoordde het onlangs goed. Hij zei dat ik gelukkiger ben. Ik verval veel minder in donkere lethargie of moedeloosheid. Ik lees graag De mythe van Sisyphus van Albert Camus. Mijn interpretatie van dat boek is deze: als je het ondraaglijke leven een betere kant wilt opsturen, dan moet je gaan spelen en verzinnen. Sigrid (Spruyt, zijn vrouw, red.) zei het onlangs zo: ‘Je moet de dingen mooier maken dan ze zijn.’ Het helpt heel goed tegen de lelijkheid. Ik probeer geen enkele negatieve gedachte meer toe te laten. Een hondse discipline. En ik zeg niet dat het altijd lukt. Maar als er een opkomt, gaat er wel een lampje branden dat me waarschuwt.

“Vroeger keek ik bijvoorbeeld nog naar de eerste pagina’s van kranten en tijdschriften die in de supermarkt lagen uitgestald. Tot ik merkte dat het slecht was voor mij. Het vergt oefening, maar het lukt me nu om er straal voorbij te lopen. En ik weet dat ik niks mis. Er is altijd wel een moord of brand of schande. Of iemand die te veel verdient. De invulling is elke keer anders, maar het repertoire ken ik ondertussen.”

* Lees het volledige interview op demorgen.be.

schrijvers Jeroen Olyslaegers en Lize Spit, 7 mei 2017

Olyslaegers: “Voor mijn theaterwerk ben ik ooit uitgemaakt voor een derderangs toogfilosoof, om drie jaar later door dezelfde recensent het grootste theatergenie ooit te worden genoemd. Ik wil maar zeggen: ik schrijf al 23 jaar, en met het ouder worden komt er stilaan ook eelt op de ziel. Er zijn twee dingen die je moet doen in dit land als je kunst maakt: volhouden en niet bitter worden. Al de rest is bullshit. Luister niet naar mensen die zeggen dat je dit of dat moet doen. Geloof in je eigen talent, doe voort, en weet ondertussen ook dat je een charlatan bent in het diepst van je gedachten. Een aansteller, een fooraap, een onnozelaar: je bent het allemaal. Maar degenen die volhouden, kunnen tenminste zeggen: 'Ik heb het gedaan.' Schrijvers en andere kunstenaars zijn mensen die hun nek uitsteken. Wij weten wat het betekent om dapper te zijn en vol te houden. Zij die aan de zijlijn staan en becommentariëren wat wij doen, weten dat niet.”

(…) 

Spit: “Er zijn nog altijd schrijvers die over veel zaken een gefundeerde mening kunnen geven, maar niet iedereen is zo. Ik word zelf ook vaak gebeld om commentaar te geven. Trump die werd verkozen, verkiezingen in Frankrijk, graffitikunst in Brussel: 'Wat vind je ervan, Lize?' Maar jongens, ik ben geen politicoloog, en ook geen graffitikunstenaar. Blijkbaar moet je als schrijver over alles een mening hebben en alles weten. Dat is best intimiderend. Ik weiger het meestal, maar ik heb me vaak afgevraagd: schiet ik daarin tekort? Moet ik dan meningen van anderen gaan lezen om daar mijn eigen punt op te gaan baseren? Want zo gebeurt het vaak. Nu ja, misschien kan ik over twintig jaar wel ronkende verklaringen afleggen over presidentsverkiezingen in Frankrijk, omdat ik dan pas heb gezien hoe het allemaal is veranderd. Ik ben nog maar 28, het is pas sinds een jaar of acht dat ik echt naar de wereld kijk. Voordien was ik vooral met mezelf bezig.”

* Lees het volledige interview op demorgen.be.

tv-presentatrice Sonja Barend, 25 februari 2017

© ANP

"Weet je, het is ontzettend leuk om oud te zijn. Ik heb het nu veel meer naar mijn zin dan toen ik jong was. Mijn leven is altijd avontuurlijk en opwindend geweest, maar ik ben toch vooral heel tevreden over de afgelopen 36 jaar. Bij veertig begint het, hoor, neem het van mij aan. 

"Als ik nu terugkijk naar toen ik veertig was, denk ik: had ik toen maar geweten dat ik er zo mooi uitzag. Het is goed als je rond die leeftijd een beetje meer overtuigd van jezelf bent dan ik was. Dat je meer van jezelf houdt. Ik had een grote mond en ik was brutaal, maar tegelijk was ik ook erg onzeker. Nu ja, ik heb een hekel aan mensen aan wie de twijfel nooit knaagt. Vervelende mensen zijn dat.”

Lees het volledige interview op demorgen.be

ondernemer Jan Toye, 4 januari 2017

© Thomas Sweetvaegher

"Ineens sta je daar met de tranen in je ogen. In je blootje. Je zoon is weg. Het volgende wat je tegenkomt, is stigma. In je eigen familie, zelfs. Behalve mijn immense verdriet kreeg ik dus ook nog eens te maken met naasten die vonden dat zelfmoord een schandaal is dat toegedekt moet worden. Hoe rijker de mens, hoe armer hij soms van geest is. (valt even stil)"

"Tijdens mijn leven voor de zelfmoord van Christoph was ik er vooral op gericht om mij waar te maken op materieel gebied, terwijl ik dat nu onbelangrijk vind. Geld is nodig als middel, om dingen te kunnen doen, maar niet om te hebben. De hebberigheid in de wereld neemt helaas niet af. Integendeel. Met als desastreus gevolg dat de democratie in verval is. Net als het kapitalistische systeem. We zijn slaven geworden van het consumentisme. En we worden steeds meer afhankelijk gemaakt van geld. We hebben werkelijk niets geleerd van de financiële crisis."

* Lees het volledige interview op demorgen.be

comedian Erhan Demirci, 3 januari 2017

© Franky Verdickt

“Mijn Turkse vrienden snappen niet dat Erdogan, die hier tot twee jaar geleden een held was, door de media plots tot duivelse dictator is gebombardeerd. En ik volg hen daarin. Hoe anti-Erdogan ik ook ben.

"Wij volgen het nieuws over Turkije niet enkel hier, maar ook daar. En het verhaal is genuanceerder dan enkel de westerse berichtgeving. Mijn tante bijvoorbeeld, die in Istanbul woont en zeer liberaal is, heeft zelfs voor Erdogan gestemd vorige keer. Ik heb er vaak discussies over gehad met haar, omdat ik echt niet begreep waarom ze voor hem kon stemmen. Maar dan zei ze dat hij stabiliteit gebracht heeft in het land, en dat hij ervoor gezorgd heeft dat zij als alleenstaande moeder een bedrijf is kunnen starten. Turkije kent een economische bloei, waardoor zij een eigen appartementje heeft kunnen kopen, en haar kinderen kunnen studeren.

"Bovendien is er geen alternatief, zegt ze. Als er op een dag een andere politicus verschijnt die voor de mensen doet wat Erdogan gedaan heeft, dan krijgt die haar stem, maar die is er niet. Als ik dan tegen mijn tante zeg dat hij journalisten en politieke tegenstanders slecht behandeld heeft, dan zegt ze dat het de prijs is die de Turken moeten betalen, en dat zulke dingen vroeger ook gebeurden in Turkije. Een pragmatische houding, maar een die te begrijpen valt.

"Nog eens: ik ben tegen Erdogan, maar de manier waarop de media hier over hem berichten, is te eenzijdig. Zo eenzijdig dat je soms zelfs de neiging krijgt om hem te gaan verdedigen. Hij is een megalomaan, hij klopt in het rond, en als je iets met hem uithaalt, maakt hij jou en je gezin met de grond gelijk, maar blijkbaar heeft hij ook goeie dingen gedaan voor de Turken.”

* Lees het volledige interview op demorgen.be