Collagekunstenaar Sammy Slabbinck, 27 mei 2017

 ©Sammy Slabbinck

©Sammy Slabbinck

Een artistieke opleiding heeft hij niet gehad. Ooit studeerde hij kunstwetenschappen, maar dat was veel te theoretisch naar zijn zin. “Urenlang werd het werk van Van Gogh geanalyseerd, nooit ging het over de mens achter de kunst, met zijn verslavingen en zijn talenten, terwijl dat me net interesseerde.”

In 2006, hij was toen 29, begon hij een galerie in Brugge. Hij stelde jonge kunstenaars tentoon, schilders, beeldhouwers, streetart. Creëren deed hij toen nog niet. “Ik maakte wel mixtapes, die ik uitwisselde met vrienden. We maakten er een sport van om bij die cd-compilaties ook een originele hoes te ontwerpen. Mijn hoezen werden steeds meer collages. En mijn hang naar vintagebeelden was er toen al. Maar met echt creëren ben ik pas begonnen nadat ik in 2009 met de galerie gestopt was. Toen had ik tijd.”

Het was een deur die hij openzette in zijn hoofd, zegt hij. De ideeën rolden er gewoon uit. Twee, drie werken per dag maakte hij soms. “Het was een verslaving. Dat is het nog. Ik besloot mijn werken naar buiten te duwen. Als je iets maakt, wil je het ook tonen.”

Hij begon met Flickr, een website waarop je foto’s en video’s kunt delen. Met Instagram was hij aanvankelijk niet bezig. Hij lacht. “Mijn eerste Instagram-foto’s waren van mijn twee katten en van een natuurwandeling in de Ardennen.” Toen hij zijn werk toch meer en meer op Instagram begon te posten, merkte hij dat hij geleidelijk werd opgepikt. 

“Het was geen masterplan. Het is gewoon hoe internet werkt. Sites die content nodig hadden, kwamen bij mij terecht, zodat ik een groter publiek kreeg dat dan weer zijn weg vond naar mijn website. Beetje bij beetje zag ik het groeien. En ineens kreeg ik ook commerciële opdrachten. Dat had ik nooit verwacht. Ik weet nog goed toen Humo belde om voor hen iets te maken. Ik viel van mijn stoel.”

De sociale media vormen een ongelooflijk platform voor creatieve mensen, zegt Slabbinck. “Het is heel democratisch. Of je nu in Timboektoe of Brugge woont, iedereen kan erop posten en opgepikt worden.”

Dan moet je er wel uitspringen. Er zijn massa’s mensen die op sociale media hun creatieve werk tonen. Hij vindt het moeilijk om dat van zichzelf te zeggen. “Het moet zijn dat ik ergens een snaar raak, ja. Je hebt geen controle over wat er gebeurt als je je werk hebt getoond. Ik heb wel heel hard gewerkt. Het zullen ondertussen rond de 450 collages en 300 video’s zijn. Eén iets maken en dan een week wachten tot er respons op komt, zo werkt het niet.”

Het moet erg veel voldoening geven om je werk zo te zien groeien. Dat is waar, zegt hij. En soms staat hij er zelf nog verstomd van. “Iemand die creëert, is meestal heel kritisch voor zichzelf, en heeft niet altijd veel zelfvertrouwen.”

Wanneer beslist hij of een werk klaar is om getoond te worden? Al heel vroeg heeft hij voor zichzelf een regel opgesteld, zegt hij. Als hij het goed vindt, stopt hij met eraan te werken. Anders kun je het kapotmaken. “Maar stop zeggen is voor iedereen die creëert het moeilijkste. Op ‘send’ klikken blijft nog dikwijls een gevecht.” (glimlacht)

* Lees het volledige interview op demorgen.be.