muzikant Raymond van het Groenewoud, 14 mei 2017

“Ik werk niet zo vaak samen met vrouwen.”

Waarom niet?

“Tja. De kans op verleiding is te groot.”

Echt?

“Vanochtend nog las ik de tekst van ‘Pour sûr’ van Bourvil (Frans acteur en zanger, 1917-1970, red.). In dat lied zingt hij: ‘Mijn hart is veel te frivool, het gaat te vlug sneller slaan.’ Of zoals een bevriende kok het nogal plastisch uitdrukt: never fuck the payroll. Om dat niet te moeten meemaken, hield ik alles maar af. Ik dacht pas met vrouwen te kunnen samenwerken als ik de oefening in onthechting onder de knie meende te hebben.

“Toen ik begon als muzikant, waren de vrouwen in dat wereldje bovendien op één hand te tellen. De instrumentalisten, bedoel ik, en dat zijn net de mensen naar wie ik op zoek ben. Het verandert, dat zie ik ook, en dat vind ik leuk. De ontvoogding van de vrouw is prachtig. Maar als ze de foute manieren van de mannen beginnen over te nemen, haak ik af. Gewichtig doen, bijvoorbeeld. Typisch iets voor mannen. Ik heb dat niet graag bij vrouwen.”

U lijkt nogal een mythisch oerbeeld te hebben van vrouwen.

“Dat beaam ik. Ik weet wel dat de dagelijkse realiteit anders is, dat niet elke vrouw een mythisch wezen is. Het is zoals met optredens. De magische optredens zijn misschien op één hand te tellen. Maar het ingebeelde optreden, datgene waarvoor we repeteren, is altijd magisch.”

Een vriend van me vroeg zich af of meisjes nog altijd het allermooiste op aarde zijn als je 67 bent. U vindt duidelijk van wel.

“Het komt door hun ogen. Ogen zijn de spiegel van de ziel, wil het cliché, en dat is ook de reden waarom ik eventueel wat kan beginnen te zwijmelen als ik in mooie vrouwen­ogen kijk. Bij mannen­ogen zal ik dat niet hebben.”

(…) 

Wat is het grote verschil tussen Raymond van het Groenewoud nu en die van veertig jaar geleden? Behalve wellicht het wilde leven?

“Mijn bassist verwoordde het onlangs goed. Hij zei dat ik gelukkiger ben. Ik verval veel minder in donkere lethargie of moedeloosheid. Ik lees graag De mythe van Sisyphus van Albert Camus. Mijn interpretatie van dat boek is deze: als je het ondraaglijke leven een betere kant wilt opsturen, dan moet je gaan spelen en verzinnen. Sigrid (Spruyt, zijn vrouw, red.) zei het onlangs zo: ‘Je moet de dingen mooier maken dan ze zijn.’ Het helpt heel goed tegen de lelijkheid. Ik probeer geen enkele negatieve gedachte meer toe te laten. Een hondse discipline. En ik zeg niet dat het altijd lukt. Maar als er een opkomt, gaat er wel een lampje branden dat me waarschuwt.

“Vroeger keek ik bijvoorbeeld nog naar de eerste pagina’s van kranten en tijdschriften die in de supermarkt lagen uitgestald. Tot ik merkte dat het slecht was voor mij. Het vergt oefening, maar het lukt me nu om er straal voorbij te lopen. En ik weet dat ik niks mis. Er is altijd wel een moord of brand of schande. Of iemand die te veel verdient. De invulling is elke keer anders, maar het repertoire ken ik ondertussen.”

* Lees het volledige interview op demorgen.be.