Zomers zijn niet minder wreed

Acht of negen jaar moet ze geweest zijn. Bijna had ik haar niet opgemerkt, zo snel was ze alweer verdwenen. De straat waardoor we wandelden, kwam op een T-sprong uit en ineens gleed ze daar voorbij, langs een zestal bleekgele huizen. Haar lange, blonde haren en de turkooizen jurk van tule - een prinsessenjurk, zoveel was duidelijk - wapperden achter haar aan, ontroerend evenwijdig met haar witte trottinette.

Het was drie dagen na de langste dag van het jaar en we waren in Londen. Londen is heerlijk in de zomer. Nergens wordt het late avondlicht weemoediger weerspiegeld dan in de Thames. Nergens dept de stedeling discreter zijn bezweet gezicht. Nergens is de hitte draaglijker dan in Hampstead Heath, een verrukkelijk stukje platteland dat tegelijk een woestenij is, met koele bossen, uitgestrekte grasvelden, en drie zwemvijvers die het hele jaar geopend zijn. 

We hadden beslist om ons enkele dagen door de stad te laten leiden via een boekje met wandelingen die door Londense schrijvers, historici en journalisten zijn bedacht. ‘London Walks’ heet het boekje heel toepasselijk, en zowel het centrum als de interessantere uithoeken van de stad leer je er op een andere manier door kennen. Dat we tijdens de wandeling van deze 24ste juni in de verte de Grenfell Tower zouden zien, dat wisten we. Dat hij zo dichtbij zou komen, en voor altijd in ons lijf zou blijven zitten, dat hadden we niet voorzien. 

De dag was nochtans prima begonnen. Het was fijn stappen langs het behaaglijke Grand Union Canal. Er lagen mooie woonboten. Over het water schoof een koppel zwanen voorbij, met in hun kielzog zeven pasgeboren nazaten. Op het jaagpad kruisten we lachende gezinnen en joggende Londenaars, die op deze mooie zaterdag eindelijk tijd hadden om hun hardwerkende zelf te verluchten. 

De route bracht ons ook langs Wormwood Scrubs, een grote, groene vlakte en een uitstekend toevluchtsoord voor hondeneigenaars, voetballers en picknickende koppeltjes. Is het bij het wilde Hampstead Heath onmiddellijk liefde op het eerste gezicht, dan kosten de Scrubs meer moeite om er de schoonheid en biodiversiteit van te ontdekken. Iedereen houdt van Hampstead Heath, om van de Scrubs te houden moet je leren kijken, zo klinkt het in het boekje, en dat klopt. 

We staken een spoorweg over, kwamen langs een parkje waar een buurtfeest aan de gang was, hadden een terrein betreden waar zigeuners woonden en waar aan autozwendel werd gedaan, zodat we vriendelijk verzocht werden om weer weg te gaan, en plots stond hij recht voor ons. We waren in straten beland die Oxford Gardens heten, of Cambridge Gardens. Geen chique huizen hier. Ook geen krotten. Wel een wijk met typische woningen voor wat de lagere middenklasse wordt genoemd: kleine, monotone, aan elkaar geplakte huizenblokken met middenin een grote woontoren. Een grote, uitgebrande woontoren. De Grenfell Tower dook overal op, waar we ook wandelden. Tussen twee portieken. Achter een grasveldje. Aan de overkant van de straat. Achter de huizen. Boven de huizen. Naast de huizen. Een zwarte schandvlek hoog in de wolken, een uitgebrand geraamte van beton als gruwelijk relikwie.

Er heerste stilte, wanhoop en gelatenheid in de buurt. Vrijwilligers deelden flesjes water uit. Tegen de hekken plakten brieven en foto’s. Tientallen berichten over kinderen, tieners, ouderen en volwassenen die nog steeds vermist waren. Boze uithalen naar de overheid. ‘Gooi degenen die hiervoor verantwoordelijk zijn in de gevangenis.’ Boodschappen van steun en solidariteit. ‘Gloria en Marco, jullie waren zo’n mooi koppel, jullie zitten voor eeuwig in Italië’s hart.’ Een klein kerkje deed dienst als herdenkingsplaats. Er lagen bloemen, er brandden kaarsen, de mensen huilden. 

Zwijgend liepen we verder. Elke straattegel, elke voordeur, elke schoorsteen in de wijk was besmet met deze brand. We kregen de beelden en geluiden niet uit ons hoofd. Mensen die opgesloten zaten tussen hun muren en het vuur. Ouders die hun kinderen wanhopig tegen zich aandrukten terwijl ze wisten wat ging volgen. We dachten aan hoe sommigen nog de tijd hebben gehad om een bericht te sturen naar geliefden. ‘Ik ga sterven. Ik zie je graag.’ Hoe bewoners op de bovenste verdiepingen met hun gsm een SOS hebben gevormd, hoe honderden mensen dat gezien hebben, maar slechts konden toekijken terwijl hun buren langzaam door de vlammen werden opgeslokt. Eigenlijk konden we nauwelijks geloven dat dit echt gebeurd was. 

Maar de verhalen waren er. Het verhaal van het Italiaanse koppel Gloria en Marco, bijvoorbeeld, twee twintigers die op de 23ste verdieping van de toren woonden, en tussen drie en vier uur ’s nachts naar hun ouders belden toen ze waren ingesloten door de rook en door het vuur en wisten dat ze gingen sterven. De twee pas afgestudeerde architecten waren drie maanden daarvoor in Londen komen wonen om werk te zoeken. Het was hun eerste zomer in de stad waar ze zo naar hadden verlangd. De zomer die het begin van alles had moeten worden. ’Dank je voor alles wat je voor me hebt gedaan’, heeft de jonge Gloria nog tegen haar moeder aan de telefoon gezegd. ‘Dadelijk ga ik naar de hemel, ik zal jou helpen vanaf daar.’ 

We liepen voorbij een klein appartementsgebouw. Op het balkon van het hoekappartement op de derde verdieping stond een man een sigaret te roken. De as tikte hij weg tussen de bloeiende geraniums in de plantenbak. Ondertussen keek hij voortdurend op zijn telefoon. Van waar hij stond, zag hij de toren niet. Zou hij ooit nog aan het raam staan van zijn zijgevel? De hele tijd de dood zien als je naar buiten kijkt, is dat te verdragen voor een mens? Ik dacht aan wat ik tijdens deze dagen door mijn eigen ramen zie. Wilde frambozen in de haag. De liguster die zijn milde, zoete geur verspreidt. Een tafel in de tuin waaraan het lange licht gevierd wordt. 

En toen was daar de prinses die dit doemlandschap doorkliefde. Zou zij ook elke dag opnieuw deze horror moeten tegenkomen? Zou ze vragen hebben gesteld aan haar ouders of haar juf of meester? Zou ze gevraagd hebben waarom er geen honderden matrassen onder de toren waren gelegd, zodat de mensen hadden kunnen springen? Zou ze gezegd hebben dat ze niet snapt waarom de brandweer niet is uitgerust om hoge torens te blussen, terwijl Londen vol staat met hoge torens? Waarom er dan geen helikopters zijn gebruikt om water uit te storten? Zou ze te horen hebben gekregen dat die vragen te simpel zijn, en de antwoorden op die vragen erg moeilijk?

We waren blijven wandelen en zagen hoe de zomer zich enkele straten verder niks leek aan te trekken van de verschrikking waar we net van kwamen. In Portobello Road, midden in het welgestelde Notting Hill, gingen de dingen zoals ze daar gewoonlijk gaan. Vintage kastjes werden voor veel geld verkocht. Witte wijn werd gretig uitgeschonken in de hippe pubs. Er klonk geschater van de dakterrassen, en de namiddagwolken leken speciaal ontworpen om bij de pastelkleurige voordeuren van de keurige herenhuizen te passen. 

Het begon te regenen. Nee, zomers zijn niet minder wreed dan andere seizoenen. Rond de zomer staat geen scherm om leed en dood te weren. Ook nu loopt de liefde soms verloren. Of zijn er moeders die sterven. Ook als de zon schijnt, worden mensen ziek. Maar een kind van acht of negen dat in juni door de stad zoeft op een witte trottinette en de hele tijd een zwarte toren ziet waarin mensen levend zijn verbrand omdat ze geen appartement konden betalen dat wel brandveilig was, dat is waanzinnig.